In dit hoofdstuk gaan we nader in op de werkwijze die we hanteren wanneer er beslissingen met betrekking tot de kinderen moeten worden genomen. Dat kan zijn op grond van de resultaten van de toetsen van het leerlingvolgsysteem, maar ook wanneer een school voor voortgezet onderwijs moet worden gekozen. Ook willen we in dit hoofdstuk aandacht geven aan de resultaten van ons onderwijs.
Soms kan het gebeuren dat de observaties van de leerkrachten, de resultaten van toetsen, het gedrag van het kind of de prestaties in de klas aanleiding geven om extra maatregelen te nemen. Wellicht dat uw kind dan extra begeleiding nodig heeft. In overleg met groepsleerkracht en mogelijk met de intern begeleider, die daarvoor speciaal geschoold is, worden speciale leerstof en taken uitgezocht. Ook wordt soms de hulp ingeroepen van een deskundige uit het samenwerkingsverband (8.4). Er wordt dan een handelingsplan opgesteld, waarin alle extra activiteiten en de gemaakte afspraken vermeld staan. U wordt daarvan uiteraard op de hoogte gesteld. Ons streven is dat de extra hulp in de eigen groep door de groepsleerkracht wordt gegeven. In de periodieke leerling besprekingen worden de resultaten van deze extra begeleiding besproken en zonodig bijgesteld.
Af en toe komen we tot de conclusie dat alle extra begeleiding onvoldoende effect heeft. We nemen dan -uiteraard in samenspraak met de ouders - het besluit om een groep een jaar over te doen. Jaarlijks gebeurt dat met enkele kinderen. Het gebeurt vooral als een kind op alle punten, ook sociaal en emotioneel, achter blijft bij de meeste groepsgenootjes. Doel van het zittenblijven is dat het kind daarna de basisschool gewoon kan afmaken. Zitten blijven gebeurt in principe alleen in de groepen 0 t/m 4.
Soms gebeurt het dat een leerling zo’n ontwikkelingsvoorsprong heeft, dat in overleg met de groepsleerkracht, het team, de intern begeleider en de ouders wordt besloten om de leerling een leerjaar over te laten slaan.
Het komt ook voor dat de extra begeleiding onvoldoende helpt en dat we verwachten dat een jaar overdoen ook niet helpt. In deze situaties maken we de afspraak, na overleg met deskundigen, dat een kind voor een bepaald vak met een aangepast programma gaat werken. We noemen dat de 'tweede leerweg'. Het haalt dan op dat gebied niet het eindniveau van de basisschool. Ook dit gebeurt in nauw overleg met de ouders.
Het kan ook voor komen dat het juist heel goed gaat met een kind en dat blijkt dat een kind meer stof nodig heeft! Ook dan wordt een 'tweede leerweg' ontwikkeld, waarbij moeilijker stof wordt aangeboden dan de andere kinderen doen.
Soms verwijzen we een kind naar een school voor speciaal basisonderwijs. Aan zo'n verwijzing is een heel proces voorafgegaan. Eerst hebben we dan zelf hulp geboden. Wanneer dit onvoldoende effect heeft roepen we de hulp in van het expertisecentrum 'De Brug' te Zwolle waarmee we, zoals bijna alle basisscholen in Wezep, in een samenwerkingsverband zitten. Een medewerker neemt dan een uitgebreide test af. Aan de hand van de test wordt besproken wat voor het kind de beste mogelijkheden zijn op de
De gang van zaken rond zo'n proces wordt nauwkeurig gevolgd door de permanente commissie leerlingenzorg van het samenwerkingsverband. Basisscholen kunnen nooit op eigen houtje een verwijzing doen. Vanzelfsprekend gebeurt dit in goed overleg met de ouders, waarbij we u zo vroeg mogelijk proberen in te lichten. Ons streven is om zoveel mogelijk leerlingen met een speciale onderwijsbehoefte op de
U kwam deze commissie al eerder tegen: de permanente commissie leerlingenzorg. Deze commissie, werkend binnen het Samenwerkingsverband 'De Brug' vervult een belangrijke rol met betrekking tot de zorg die aan kinderen wordt verleend. Wanneer wij er niet meer 'uitkomen' met een kind wordt, na overleg en alleen met toestemming van de ouders, het kind volgens een vaste procedure bij de commissie aangemeld. De commissie adviseert vervolgens de ouders en ons over de verder te ondernemen stappen. De commissie bewaakt ook het traject dat gevolgd wordt, en kan uiteindelijk een plaatsing op een school voor speciaal basisonderwijs adviseren. Toelating tot een dergelijke school kan nooit zonder toestemming van de commissie. Overigens kan de commissie ook adviseren een andere basisschool te kiezen. Wanneer u zelf een plaatsing op een school voor Speciaal Basisonderwijs wenst en de commissie besluit tot een afwijzing, is er sprake van een probleem. In deze gevallen kunt u zich wenden tot de Regionale Verwijzings Commissie waarbij u in beroep kunt gaan. De uitspraak van deze commissie is bindend.
Het is voor ouders ook mogelijk zonder tussenkomst van de basisschool hun kind aan te melden bij de commissie leerlingenzorg. In het hoofdstuk 'De school en de adressen' kunt u lezen hoe u in contact met de commissie kan treden.
Het komt gelukkig ook voor dat kinderen uit het speciaal basisonderwijs weer worden teruggeplaatst naar de 'gewone' basisschool! Het streven van de overheid is immers alleen dié kinderen op het speciaal basisonderwijs te plaatsen en te houden die niet op een 'gewone' basisschool terecht kunnen. Een terugplaatsing gebeurt in nauw overleg met de ouders en wordt begeleid door de school die de kinderen terugplaatst, meestal 'De Brug' uit Zwolle.
In het zorgplan van het Samenwerkingsverband 'De Brug' staan de afspraken beschreven die de scholen met elkaar hebben gemaakt om er voor te zorgen dat zo min mogelijk kinderen naar een school voor speciaal basisonderwijs worden verwezen. Iedere school, dus ook de onze, is voor het nakomen van die afspraken verantwoordelijk en dient haar beleid dus af te stemmen op het zorgplan. Op onze school heeft dat concreet geleid tot de volgende activiteiten:
- ambulante begeleiding (8.4)
- omgaan met verschillen (6, 8.1, 8.2, 8.3 en 8.4)
- het gebruik van een leerlingvolgsysteem (7.1)
- interne begeleidingsstructuur (7.1)
- nascholing (2.7)
- inrichting van een orthotheek (8.1)
- deelname aan netwerken en werkgroepen (7.4)
- overleg met de permanente commissie leerlingenzorg (8.5)
Met ingang van 1 augustus 2003 is de wet van de leerling gebonden financiering ingegaan. Dit betekent dat ouders/verzorgers van een zoon of dochter met een handicap de keus kunnen maken om hun zoon of dochter aan te melden bij een reguliere basisschool (zoals de
In principe staat onze school positief tegenover de integratie van kinderen met handicap in het regulier onderwijs. Extra hulp voor een leerling met een LGF -indicatie behoort naar onze mening zo dicht mogelijk bij de normale klassensituatie uitgevoerd te worden. Hierdoor leren de groepsgenoten om te gaan met verschillen, en ‘gewoon goed onderwijs’ is over het algemeen ook goed onderwijs voor kinderen met een handicap. Bovendien proberen wij niet zozeer te denken vanuit de tegenstelling tussen ‘gewone’ leerlingen en ‘zorgleerlingen’, maar verschillen tussen kinderen als ‘gewoon’ te zien. In dat kader achten wij de opvang van kinderen met een LGF -indicatie een waardevol gegeven. Wel vinden wij het belangrijk dat het kind zich, net als alle kinderen, gelukkig kan voelen en dat plaatsing van een leerling van een LGF -indicatie leerbaar en werkbaar moet kunnen zijn voor de desbetreffende leerling, de medeleerlingen en de leerkracht(en).
Om in dergelijke situaties te komen tot een zorgvuldige afweging, die recht doet aan de leerling, aan u als ouders en aan de school hebben wij een protocol opgesteld, waarin de procedure van plaatsing en de toetsing beschreven is.
Wanneer u als ouders overweegt uw zoon of dochter, die een indicatie heeft voor leerling gebonden financiering aan te melden voor onze school, kunt u dit protocol opvragen bij de directie van de school.
Een keer breekt het moment aan dat uw zoon of dochter de overstap naar het voortgezet onderwijs moet maken. Wij vinden het onze taak u daarin behulpzaam te zijn. Daarom organiseren we begin januari een voorlichtingsavond waar we aandacht schenken aanhet Schooleindonderzoek en we u informatie verschaffen over het voortgezet onderwijs. U hebt dan overigens al tijdens de eerste spreekavond in groep 8 een voorlopig advies van de leerkracht ontvangen. Na ontvangst van de uitslag van het Schooleindonderzoek wordt u tenslotte voor een gesprek op school uitgenodigd waarin u een definitief advies ontvangt. Bij de advisering maken we gebruik van de gegevens uit ons leerlingvolgsysteem, de persoonlijkheidsontwikkeling en het Schooleindonderzoek..
Het komt maar zelden voor dat het advies van de school afwijkt van de verwachting van de ouders en kind. Is dat wel het geval, dan hebt u het recht af te wijken van het gegeven advies. Overigens hebben ook scholen voor voortgezet onderwijs het recht om leerlingen die niet aan de gestelde norm voldoen, te weigeren. Ook dit komt gelukkig weinig voor: in goed overleg en samenspel tussen ouders en school wordt vrijwel altijd een goede keus gemaakt.
Het onderwijskundig rapport is een ander rapport dan waarvan in hoofdstuk 6.6 sprake is. Een onderwijskundig rapport wordt verstrekt wanneer uw kind de school verlaat, we zijn daartoe verplicht. Dat kan tussentijds zijn, b.v. bij een verhuizing, of aan het eind van groep 8. Het onderwijskundig rapport is bedoeld voor de ontvangende school, dwz. de school die uw kind zal gaan bezoeken. Uiteraard hebt u inzage in dat rapport. Het rapport is bedoeld om de overstap naar de volgende school te vergemakkelijken.
Basisscholen hebben er over het algemeen moeite mee de schoolprestaties van hun leerlingen te vermelden. Cijfers en getallen kunnen namelijk een sterk eenzijdig beeld opleveren. Bovendien is het zo dat niet alles in opvoeding en onderwijs in cijfers en getallen valt vast te leggen. In het hoofdstuk 'Daar werken we voor' hebt u onze doelstellingen gelezen: daar zijn erbij waarvan de resultaten niet in cijfers vallen weer te geven.
We streven er naar om als school de kwaliteit van ons onderwijs -en daarmee de resultaten - te verhogen. Het kind, met zijn wel en niet aanwezige gaven en talenten, blijft echter het uitgangspunt voor ons onderwijs.
Om tegemoet te komen aan de wettelijke eisen m.b.t. het vermelden van de resultaten van ons onderwijs treft u in onderstaand overzicht de schooltypes aan waarnaar de leerlingen van groep 8 aan het eind van het afgelopen schooljaar (2009-2010) zijn vertrokken.
|
|
Schooltype |
Aantal |
Percentage |
|
|
|
LWOO |
|
|
|
|
|
VMBO–basisberoeps gerichte leerweg |
|
|
|
|
|
VMBO–kaderberoeps gerichte leerweg |
4 |
19 |
|
|
|
VMBO-gemengde leerweg |
|
|
|
|
|
VMBO-theoretische leerweg |
|
|
|
|
|
HAVO-theoretische leerweg |
9 |
43 |
|
|
|
HAVO |
3 |
14 |
|
|
|
VWO |
4 |
20 |
|
|
|
Gymnasium |
1 |
5 |
|
In het Schooleindonderzoek waaraan de leerlingen van groep 8 het afgelopen schooljaar deelnamen behaalde de school een score van 0,04. Deze score betekent dat de resultaten enigszins positief afwijken van de gemiddelde resultaten van alle deelnemende scholen.