De
Op drie manieren werkt onze school aan de kwaliteit en de kwaliteitsverbetering: werken met goede methoden, goed personeel en het goed volgen van de resultaten van de leerlingen. Daarvoor is in 2008 een schoolplan opgesteld. Via dit plan willen wij de kwaliteit van ons onderwijs de komende vier jaar steeds verder verbeteren.
Verder ontvangt iedere basisschool in Nederland sinds een aantal jaren extra middelen voor de jongste kinderen in de school. We leggen u uit hoe deze middelen op onze school worden ingezet. Ook gaan we in op de rol van de ouders.
Stapsgewijs vernieuwen en actualiseren we onze leermethoden.
Het kiezen van een nieuwe methode kost tijd, maar ook geld. Vandaar dat niet alle methoden ineens worden vernieuwd.
Vorig schooljaar is er in de groepen 4 t/m 8 een nieuwe methode tbv. het taalonderwijs in gebruik genomen: Taaljournaal. Ook is er in deze groepen een nieuwe methode tbv. het bewegingsonderwijs in gebruik genomen.
Bij het kiezen van lesboeken en andere materialen letten we op inhoud en kwaliteit. Daarnaast is van belang of de aan te schaffen methode voldoende oefen - en leerstof bevat voor kinderen die moeite hebben zich de leerstof eigen te maken of juist extra oefen - of leerstof kunnen gebruiken. Omdat we op onze school veel waarde hechten aan de ontwikkeling van de zelfstandigheid van kinderen, zullen we hoofdzakelijk methodes in gebruik nemen die het zelfstandig werken van kinderen als uitgangspunt hebben.
Naast de aanschaf en het gebruik van goede methodes, vinden we ook de ontwikkeling van de capaciteiten van het team en de teamleden van groot belang. Jaarlijks wordt daarom nagedacht over de 'nascholingsbehoefte'. Op grond van de uitkomst daarvan en het beschikbare aanbod, wordt het nascholingsplan opgesteld. In het nascholingsplan staat zowel de teamgerichte als de individuele nascholing vermeld. In het hoofdstuk 'Onze school' hebt u daarover gelezen.
Een derde manier om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken en te verhogen is het werken met toetsen. Toetsen geven ons inzicht in de prestaties van de kinderen. Bovendien geeft het een totaalbeeld van de school. In het hoofdstuk 'Ieder kind is er één' leest u hierover meer.
Naast alles wat hiervoor reeds is genoemd, geven we extra aandacht aan de kinderen in de eerste vier groepen van onze school. We volgen daarbij twee sporen: ten eerste zorgen we er voor dat in de groepen 0 t/m 4 zo min mogelijk groepen worden samengevoegd, daarvoor zetten we de middelen in die we van de overheid ontvangen; ten tweede geven we nadrukkelijk uitvoering aan vernieuwing van de leerinhouden in genoemde groepen. Daarvoor is ten behoeve van de kleuters Schatkist aangeschaft en is in de groepen 3 en 4 door de aanschaf van nieuwe materialen het taal - en leesaanbod geheel vernieuwd.
Daarnaast is het zo dat het zwaartepunt van onze leerlingenzorg in de groepen 0 t/m 4 ligt. Meer over de leerlingenzorg op onze school leest u in het hoofdstuk 'Ieder kind is er een' en 'Wikken en wegen'.
Wanneer we actief bezig gaan de kwaliteit van ons onderwijs te verhogen, zorgt dat er voor dat er in school dingen gaan veranderen. We vinden het daarom belangrijk u daarover zo goed mogelijk te informeren zodat u weet wat er gebeurt. We doen dat door:
Van de ouders verwachten we dat ze -zoveel als mogelijk is en in goed overleg - meewerken aan de veranderingen die plaats vinden. Dat betekent ook dat we van u verwachten dat u zoveel mogelijk de informatie -, ouder - en spreekavonden bezoekt. Ouders en school behoren samen op te werken, niet tegen elkaar in. Dat houdt ook in dat we van u een kritische opstelling vragen: wanneer u ergens uw vraagtekens bij hebt, willen we dat graag van u weten. Soms zullen we u er ook nadrukkelijk naar vragen.
Het kan voorkomen dat er tussen school en ouders meningsverschillen en/of klachten zijn, hoezeer we ook ons best doen dat te voorkomen. Wanneer zich meningsverschillen en/of klachten voor doen zien we graag dat u de volgende weg bewandelt: In de eerste plaats dient het probleem te worden besproken met de leerkracht(en) van uw kind. Wanneer dat niet het gewenste resultaat oplevert, kunt u contact opnemen met de directie van de school. Alleen wanneer er uitzonderlijke klachten zijn, kunt u rechtstreeks met de directie contact opnemen. Wanneer er een probleem is tussen de directie en de ouder, wordt dit eerst besproken met de directie. Wanneer dat niet tot een oplossing leidt, kan men contact opnemen met het bestuur van de Vereniging of de medezeggenschapsraad.
Naast deze mogelijkheden kunt u gebruik maken van de klachtenregeling. De overheid heeft scholen verplicht gesteld zo'n klachtenregeling op te stellen en te gebruiken. Het doel van de overheid daarmee is het ouders te vergemakkelijken signalen aan school af te geven, die de school kunnen ondersteunen bij het verbeteren van het onderwijs en de goede gang van zaken op school. Het bestuur van de Vereniging heeft besloten de landelijke model klachtenregeling van de Besturenraad PCO over te nemen en heeft zich ook aangesloten bij de landelijke klachtencommissie.
Alle betrokkenen bij de school (ouders, maar ook teamleden, stagiaires enz.) kunnen wanneer ze te maken krijgen met discriminerend gedrag, agressie, geweld, pesten en andere zaken een beroep doen op de klachtenregeling.
Het bestuur heeft de directeur aangesteld als contactpersoon. In overleg met u wordt bepaald hoe de door u ingebrachte klacht kan worden besproken en opgelost. In het geval van een (zeer) ernstige klacht zal hij u in contact brengen met de door het bestuur aangestelde vertrouwenspersoon. In het hoofdstuk 'De school en de adressen' vindt u wie dat is. Het is uiteraard ook mogelijk de vertrouwenspersoon direct te benaderen. Ook kunt u rechtstreeks in contact treden met de klachtencommissie. In het hoofdstuk ‘De school en de gegevens’ vindt u de nadere gegevens.
Vanzelfsprekend heeft zowel de contactpersoon als de vertrouwenspersoon een plicht tot geheimhouding en zullen zij alleen zaken bespreekbaar maken met derden na overleg met de klager of diens wettelijke vertegenwoordiger.
In geval van (vermoedens) van seksuele intimidatie is het bevoegd gezag van de school wettelijk verplicht contact op te nemen met de vertrouwensinspecteur. In overleg met betrokkene komt de vertrouwensinspecteur tot afspraken over de verdere afhandeling van de klacht en de stappen die worden genomen.
Het is ook mogelijk zelf contact op te nemen met de vertrouwensinspecteur. In het hoofdstuk ‘De school en de gegevens’ vindt u de nadere gegevens.
Op de
Wij keuren ieder seksueel contact af tussen volwassenen en kinderen.
Wij vinden het niet aanvaardbaar dat seksistisch taalgebruik in vorm van seksueel getinte grappen en toespelingen binnen de scholen wordt toegelaten.
Seksueel getinte uitingen in de vorm van affiches, tekeningen, audio- en/of visuele middelen worden niet geaccepteerd.
Het is niet verstandig om één –op -één contacten tussen volwassenen en kinderen te laten plaatsvinden na schooltijd. Als deze contacten toch noodzakelijk zijn, worden de ouders op de hoogte gebracht en wordt ervoor gezorgd dat een collega en/of directielid aanwezig is op school.
Naast de hierboven genoemde regels hanteren we t.a.v. buitenschoolse activiteiten nog de volgende afspraken:
Er wordt gebruik gemaakt van kleedgelegenheden, doucheruimten en slaapzalen, waarbij jongens en meisjes gescheiden worden.
Tijdens buitenschoolse activiteiten worden er regels besproken tussen leerlingen en begeleiders over de manier waarop de privacy van en ieder wordt gewaarborgd.
Met betrekking tot. lichamelijke contacten hanteren we de volgende afspraken:
Kinderen hebben behoefte aan lichamelijk contact, waardoor het gevoel van veiligheid en aanhankelijkheid wordt versterkt. Dit lichamelijk contact vindt vrijwillig plaats en mag door de leerling niet als hinderlijk worden ervaren. Bij lichamelijke contacten moet elke volwassenen zich realiseren dat er sprake is van machtsongelijkheid tussen een kind en volwassene.
Ongewenste lichamelijke contacten worden niet toegestaan.
Tijdens, voor en na het bewegingsonderwijs hebben leerlingen in het belang van de eigen veiligheid recht op hulp van volwassenen. Daarnaast zijn er ook andere momenten waarop hulp gewenst is. We denken daarbij aan:
De hulp bij gymnastische oefeningen.
Het aan - en uitkleden voor en na bewegingslessen.
In sommige gevallen is het gewenst en noodzakelijk dat volwassenen optreden in kleedruimten waar oudere leerlingen zich omkleden. De volwassenen meldt van te voren dat hij de kleedruimte gaat betreden.
Tenslotte hanteren we nog de volgende afspraken:
Er worden geen kinderen tegen hun wil op schoot genomen. (Jonge) kinderen willen graag op schoot zitten. Vanaf groep 4 zullen wij dat heel bewust afbouwen.
Een knuffel, een aai over het hoofd of een schouderklopje zijn goede pedagogische middelen. Een leerling mag aangeven dat zij/hij hiervan niet gediend is.
In principe zoenen leerkrachten geen kinderen. Sommige spontane leerlingen zoenen een leerkracht en dat wordt ook toegestaan.
Wij geven geen lichamelijke straffen.
Er worden geen kwetsende of prikkelende opmerkingen gemaakt over kleding.
Vanaf groep 5 kleden jongens en meisjes zich om in aparte kleedruimten.